Over Jan, Eva en Kathleen – deel 1

Met Eva Mouton aan een boek werken, dat knettert en bruist danig.
We drinken samen thee en eten havermoutkoekjes.
We overlopen het manuscript, zij spuit ideeën voor tekeningen, ik vul aan, en we gieren het af en toe uit.
O ja, en dan dit, en dat, en daar ook wat!
We kneden de tekst, gooien er stukken uit, daar waar de tekeningen het verhaal mogen
overnemen.

IMG_0829

We gloeien en het boek groeit.

De thee mag aan de kant, we schakelen over op wijn (dat mag, de zon hangt al laag).
De kat krabt als vanouds mijn raamkozijn verder kapot. Ik laat haar snel binnen.
Die kat heeft jou afgericht, zegt Eva.
Dat is waar, zeg ik. Honden hebben een baas, katten hebben personeel.
Eva probeert mij op haar beurt af te richten. Bij de volgende krabbeurt bezweert ze mij om de kat te negeren.
Het helpt een heel klein beetje, maar niet genoeg. Wel genoeg om weer in de lach te schieten.
Dan werken we verder.
Tussendoor roddelen we, doen we confidenties over leven en liefde.
Maar het is vooral werken dat we doen, echt.
Het boek groeit en wij gloeien.

IMG_0835

Sprookjes zonder tanden

Papaatje mag niet meer slaan en Sinterklaas moet Zwarte Piet en de roe thuis laten. De populaire kindercultuur wordt steeds liever en zoeter, de kloof met de werkelijkheid almaar groter. Hoe goed we het ook bedoelen, er is een schaduwkant aan de verzoeting.

Papegaai is ziek en hij zal… eventjes aan de baxter moeten maar niet lang hoor en als hij braaf is krijgt hij een lolly en dan mag hij weer naar huis. Ik kon niet anders dan hardop lachen toen ik dit Facebookbericht van Eva Mouton las. In al zijn eenvoud illustreert het perfect de absurditeit van onze tomeloze drang om kinderen tegen zowat alles te beschermen. Tegen stoutheid, tegen de boze buitenwereld, tegen pijn en verdriet en werkelijkheidsbesef. We koesteren de illusie dat we het leven kunnen hertekenen. Dat we de wereld kunnen herscheppen in een Kinderparadijs. Een zoete, veilige cocon waarin woorden als slaan en dood niet bestaan en waarin de geringste suggestie van naaktheid of seks geweerd wordt. Het is een wereld waar iedereen altijd lief is voor kinderen, met verhalen die in de beste Disneytraditie een happy end kennen, begeleid door aanzwellende violen en triomfantelijk kleppende kerkklokken. Geen mens die eraan twijfelt dat dit allemaal gebeurt vanuit de beste bedoelingen. Er spreekt zorg en liefde uit. Maar het is niet helemaal eerlijk. De kloof tussen de populaire kindercultuur en het echte leven wordt almaar groter, en daarmee bewijzen we onze kinderen geen dienst.

Weg met de roe

Aanleiding voor het Facebookbericht van Eva Mouton was het ‘Versjes- en rijmpjesboek’ van Kaatje van Ketnet, waarin het liedje ‘Klein klein kleutertje’ nog een stuk braver wordt dan het al is. Mamaatje mag niet meer kijven, papaatje mag niet meer slaan. In de plaats daarvan wordt – net zoals in Nederland het geval is – mamaatje met aandrang gevraagd te liegen – of juister: kattenkwaad te verzwijgen – tegen papaatje. Dat liegen nu ook niet bepaald stichtend is, merkte Mieke Syryn, lector Muzische Vorming, terecht op in DS van 6 november. Bovendien suggereert het evengoed dat papaatje een bruut is.

Volgens VRT-woordvoerder Björn Verdoodt heeft de nieuwe versie van het liedje niets te maken met censuur, maar reflecteert het de tijdgeest. Over het eerste kan gediscussieerd worden, het tweede lijkt in elk geval te kloppen. Want precies rond deze tijd verschijnt ook de Sinterklaas-cd van Kathleen Aerts, beter bekend als de vroegere blonde van K3. Ook bij haar wordt alles wat kinderen enigszins kan verontrusten weggefilterd. ‘Ik wou Lewis (haar zoontje – nvdr) al wat voorbereiden op Sinterklaas en had een paar Sinterklaas-cd’s gekocht die aan de kassa lagen’, vertelt ze in Het Nieuwsblad. ‘Toen ik die liedjes hoorde, viel me toch weer op hoe schrikwekkend die teksten soms zijn. Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe… Ik werd daar als kind zelf ook bang van, van de Zwarte Pieten vooral. Daar wil ik nu liever een positieve boodschap meegeven: de Sint is een goedheilig man die voor iedereen cadeautjes brengt.’ Alle kindjes zijn dus braaf, ook de stoute. Geen roe meer om het stof uit hun ondeugende broekjes te kloppen (wat klinkt dat fout in deze tijd), geen stinkende jutezak om ze de stuipen mee op het lijf te jagen – o, wat daverde ook ik van angst voor die zak, jazeker, maar een trauma heb ik er niet aan overgehouden. En liefst geen Zwarte Pieten meer, want die zijn griezelig. (Misschien kunnen we nu meteen gaan bakkeleien over hoe politiek correct dat is. Maar dat is voor een andere keer)

Weg met pinda’s en dwergen

Is er dan echt geen sprake van censuur? Ik betwijfel het sterk. Misschien moet ik beginnen met een verhaal dat zich veilig ver van huis afspeelt. In de VS bijvoorbeeld, want in Europese ogen durven die Amerikanen hun gevoel voor maat al eens te verliezen. Vooral als het over kinderen gaat. Uitgevers van schoolboeken kunnen ervan meespreken. Het verminken van klassieke kinderverhalen is er vaste prik geworden. Geen enkel kind mag het gevoel krijgen dat het minder waard is dan een ander. Schrappen dus, dat verhaal waarin pinda’s gegeten worden, want sommige kinderen zijn daar allergisch voor. Naar de prullenmand met dat verhaal over dwergen, want dat is te pijnlijk voor kinderen die aan dwerggroei lijden. Muizen, luizen, ratten, kakkerlakken en slangen: weg ermee! Veel te eng. Kinderen krijgen er misschien wel nachtmerries van. Ook verjaardagsfeestjes kunnen niet meer, want in sommige godsdiensten worden die niet gevierd. Als die kinderen moeten toekijken hoe een ander wél cadeautjes krijgt en plezier maakt, voelen ze zich vast dubbel ellendig. Het resultaat: brave, onschadelijke schoolboeken, geen spat aanstootgevend. Maar zielloos en oeverloos saai.

Weg met piemels, uiers en slipjes

Ook alles wat zelfs maar van ver aan naaktheid of seks zou doen denken, moet eraan geloven. Europese illustratoren die af en toe voor de Amerikaanse markt werken, kunnen ervan meespreken. De Duitse Rotraut Susanne Berner weigerde ooit een minuscuul piemeltje in een kinderboek te overschilderen en zag zo een lucratieve deal met een Amerikaanse uitgeverij aan haar neus voorbijgaan. En onze eigen Ingrid Godon kreeg van haar Engelse uitgever, die ook op de Amerikaanse markt mikt, het dwingende verzoek in het prentenboek ‘What shall we do with the Boo-hoo baby?’ een koe zonder uier te tekenen. Ze gaf toe omdat het haar goed uitkwam, zo’n halve koe. Dat schiep meteen ruimte voor andere dingen. Het boek met de uierloze koe kent inmiddels 40 vertalingen. ‘Met uier zouden het er wellicht een pak minder geweest zijn’, beseft Ingrid Godon.

Het regent in Amerika, en hier doet het inmiddels meer dan alleen maar druppelen. Kinderen en seks, of zelfs maar naaktheid: het is ook bij ons een lastige evenwichtsoefening geworden. Dutroux en de verhalen over kindermisbruik in alle geledingen van de samenleving zijn hier – ik druk me voorzichtig uit – niet vreemd aan. Vorig jaar schreef ik, naar aanleiding van de dood van Marcel Marlier, voor de letterenbijlage van deze krant een column over Tiny’s slipje. Mijn zoon had zich met een groepje vrienden en vriendinnen kostelijk geamuseerd met het doorbladeren van oude Tiny-albums: al die meisjes die zich toevallig bukken, waardoor hun broekje tevoorschijn komt! De conclusie van het groepje prille twintigers was eensluidend: dat zou vandaag niet meer kunnen. Ik vrees dat ze gelijk hadden. En dat vond ik verwarrend. Porno alom, maar een getekend kinderslipje is te geil? Het symboliseert hoe groot de kloof tussen de populaire kindercultuur en de werkelijkheid is.

Als je je maar lekker voelt

Lang geleden trok de Nederlands-Israëlische historica en pedagoge Lea Dasberg in haar boek ‘Grootbrengen door kleinhouden’ van leer tegen wat ze het ‘jeugdland’ noemde, een kunstmatige parallelwereld waarin kinderen zich alleen maar met zichzelf en hun eigen genoegens hoeven bezig te houden. Niet verwonderlijk dus dat ze als jongvolwassene geen zin hebben om als betrokken burger hun intrede te doen in de grote wereld, vond ze. In 1993 vertelde ze in een interview: ‘De terechte bescherming is in deze eeuw te ver doorgeschoten in het isolement van het kind. Uit angst het kinderzieltje te beschadigen, krijgt het nu helemaal geen indrukken meer te verwerken…. De enige norm die zij meekrijgen is: als je je maar lekker voelt. Dat is onvoldoende.’

Dasberg lijkt vandaag een roepende in de woestijn. Maar ze had een punt, al denk ik dat er meer speelt dan koudwatervrees voor plicht en verantwoordelijkheid. Hoe goed onze bedoelingen ook zijn, het zonnige Kinderparadijs heeft meer dan één schaduwkant. Leren omgaan met frustraties, met tegenslagen, met pijn: het hoort bij het leven. Dit is geen pleidooi voor een terugkeer naar de stichtelijke kindercultuur van weleer, met boeken als ‘Struwwelpeter’ van Heinrich Hoffman, waarin de duimen van het hoofdpersonage afgeknipt worden omdat hij het duimzuigen niet kan laten. Zo bloederig hoeft het echt niet. Maar kinderen koste wat het kost weghouden van alles wat ze uit hun comfortzone haalt, zorgt vermoedelijk voor een lagere frustratiedrempel op het moment dat ze hun intrede moeten maken in de echte wereld. Wie de winter nooit gekend heeft, kan niet tegen de kou.

Echt leven

Maar er is ook nog die andere, bijzonder duistere schaduwvlek. Voor een aanzienlijke groep kinderen bestaat Kinderparadijs niet. In 2011 kregen de Vlaamse en Brusselse Vertrouwenscentra 7.163 meldingen – over 10.188 kinderen – van vermoedelijke mishandeling en/of verwaarlozing. Een kwart daarvan ging over seksueel misbruik. Niet alle gevallen van mishandeling of verwaarlozing worden gemeld, dus wellicht zijn de echte aantallen nog een stuk hoger. Drie tot acht procent van de kinderen wordt ernstig gepest. Bij een kleine helft van hen zal dat leiden tot blijvende emotionele littekens, die door psychologen vergeleken worden met een oorlogstrauma. Een veelvoud van die kinderen zal in de loop van zijn jonge leven een naaste verliezen of de speelbal worden in een pijnlijke echtscheiding. Ze kunnen ziek worden en heel soms zullen ze ook sterven voor ze volwassen zijn. Je zult maar zo’n kind zijn in een wereld waarin het in elk verhaal en elk liedje alleen maar feest is.

Neen, ik wil de pret niet drukken. Ik wil geen spelbreker zijn. Ik hoor het u denken: gun ze toch wat lol, laat ze ontsnappen en wegdromen! Dat mogen ze voor mijn part, als het kan helpen. Ik wens elk kind vanuit de grond van mijn hart liedjes en verhalen met ruimte voor vrolijkheid, lichtheid, lucht en leven toe. Echt leven, als het even kan.

(verschenen in de rubriek ‘Op scherp’ in De Standaard van 10 november 2012)